Plaatsvervangende schaamte


Onze hond heeft de neiging (waarschijnlijk net zoals alle honden) om bij een begroeting van een andere hond direct zijn/haar kruis te besnuffelen. Regelmatig voelt dat ongemakkelijk, alsof ik mijn hond niet goed opgevoed heb, of erger: alsof wij thuis niet anders doen en de hond ons gewoon nadoet. Plaatsvervangende schaamte dus.

Die schaamte vinden we ook in ons sociale leven en ons werk terug. Je moeder -met gehoorapparaat- die over de kassamedewerker bij de Appie net iets te hard tegen je fluistert “hij is altijd zo langzaam!”. Je uitgesproken collega die in een gesprek bij een klant aangeeft dat jullie ‘veel last hebben’ van hun narrige backoffice team. Je beste vriend(in) die tijdens het etentje de ober duidelijk maakt dat het eten vies tegenviel. Situaties waarin je je verantwoordelijk voelt, maar niet bent. Je schaamt je voor de ander.

De functie van schaamte

Schaamte heeft als functie ons te informeren over hoe we presteren ten opzichte van de bestaande normen en waarden. Dus wanneer we iets doen wat sociaal gezien niet handig is, schamen we ons zodat we het een volgende keer niet meer zullen doen. Maar het nut van plaatsvervangende schaamte? We kunnen toch moeilijk het gedrag van een ander corrigeren.

Inlevingsvermogen

Laura Müller-Pinzler (UvA) promoveerde als neurowetenschapper in 2017 op het onderwerp schaamte. Uit haar onderzoek bleek dat mensen met een groot inlevingsvermogen sneller plaatsvervangende schaamte voelen dan mensen die minder empathisch zijn. 

De kans op plaatsvervangende schaamte is dan ook groter wanneer degene die in jouw ogen iets gênants doet dichterbij je staat. Je herinnert je vast de schaamte nog wel voor je ouders’ gedrag toen je puber was.

In haar onderzoek deed Müller-Prinzler testen met twee bijzondere groepen. Daaruit bleek dat mensen met sociale angsten – die zich sowieso al sterk bewust zijn van hun omgeving – zich voortdurend schamen voor anderen. Mensen met een bepaalde vorm van autisme daarentegen schamen zich zelden voor anderen. Dit komt doordat mensen in het autismespectrum over het algemeen een kleiner inlevingsvermogen hebben. 

Zelfvertrouwen

Wat uit het onderzoek ook bleek: hoe hoger je zelfvertrouwen, hoe minder last je hebt van (plaatsvervangende) schaamte. De koppeling tussen jou en de ander is losser. Je kunt je eigen autonomie én die van de ander beter zien en waarderen.

Dat maakt het opbouwen van meer zelfvertrouwen meteen een mooi voornemen om de zomer mee in te nemen!

Volg OnzeCoach op Linkedin:
linkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *